Eens was ik een gangster.
Geschreven door Frank Valeton   
woensdag 28 april 2010

Eens was ik een gangster.

Dit is mijn verhaal:

 

Het was een wilde tijd. Ik weet niet eens meer precies hoe het er van kwam, maar opeens was onze bende gevormd. Er lag in die tijd geld voor het oprapen, dus deden we dat. Waarom niet? De concurrerende nieuwe bendes legden ons in ieder geval geen strobreed in de weg. Wij waren gewoon wat beter in oprapen dan de rest denk ik. Sneller, slimmer, gemener..? Beter. In die dagen waren we unstoppable. Maar dat was toen.
Toen we genoeg hadden gingen we met pensioen en sindsdien hebben we elkaar nooit meer gezien. Annemarie 'de Beuker' van H. is dokter geworden, net als Tonnis 'de Klootzak' de V. Ze zeggen omdat ze iets willen goedmaken voor de vele levens die ze hebben genomen in die tijd. Ha! Maar ach, wie ben ik om de mensen hun sprookjes niet te gunnen? Jeroen 'Daadkracht' L. schijnt postbode te zijn. En hoewel ik zeker weet dat hij fulltime bezig is met het vullen van gleuven geloof ik niet dat hij nog steeds bij de posterijen werkt. Ik heb me inmiddels teruggetrokken in een klooster en werk in rust en soberheid aan het realiseren van mijn jeugddroom: eeuwig studeren.

Wat een team waren we. Ik denk er nog wel eens aan terug. De Beuker, Daadkracht, de Klootzak en ik, de Armoedzaaier. Sommigen zullen wel denken dat het aan onze zware jeugd lag. Wel, dat heeft zeker bijgedragen. Maar meer was het onze afkomst. Wie geboren en getogen is op de straten van die veenkoloniën en afgelegen zandkoppen, is intrinsiek boosaardig. En zo stonden we daar opeens, samen. In Groningen. Sluw als vossen, hard als staal, met harten van steen en vol ambitie. De wereld lag aan onze voeten en iemand had de deur naar succes  wagenwijd open laten staan.

Ingeslapen leken ze. Hun deel van de koek for granted nemend. Een klein wereldje van ons kent ons, waarin leven en laten leven het motto moet zijn geweest. De onderwereld van Groningen was oud geworden, vastgeroest in voorspelbare patronen en niet in staat adequaat te reageren op nieuwe ontwikkelingen. En het bolwerk begon aan de randen barstjes te vertonen. Franky E en RP  hadden een vete met Willem H, die verarmd en gokverslaafd was. L de B en Lara C verrieden hun voormalige vrienden voor een appel en een ei. En ook Mirte O, en Erik Jan Q hadden geen invloed meer op hun collega's. Junkies SH en Joram van der S hadden al hun krediet al lang verspeeld door slechte kwaliteit te dealen.

Langzaam, maar steeds sneller, leerden we de weg door de Groninger onderwereld. Wie was wie? Wie wilde wat hebben? Al snel konden we ons als kleine dealers vestigen. Toen vielen de puzzelstukjes op hun plaats en kon onze grote coup beginnen. Zonder mededogen speelden we ze tegen elkaar uit. Moordaanslagen, ripdeals, overvallen. We schroomden er niet eens voor onze eigen lichamen en zielen te verkopen.  De een na de ander viel en voordat ze het in de gaten hadden was het te laat. Toen bleef er voor de fossielen van de oude Groninger onderwereld niets anders over dan redden wat er te redden viel en hun laatste drugs voor een habbekrats aan ons te verkopen en tegen woekerprijzen van ons aan te kopen.

Dat waren een paar gouden jaren. Gratis drugs, drank en vrouwen. Geld voor het oprapen. De halve korpsleiding op onze payroll. Maar macht corrumpeert en de stress begon zijn tol te eisen. We konden minder en minder met elkaar opschieten en de lol raakte er af. De materiële rijkdom verloor zijn glans en we besloten uiteindelijk met pensioen te gaan. Wie er nu de baas zijn van de Groninger onderwereld weet ik niet en het kan me ook niet zoveel schelen. In die wereld wordt je als oud-bestuur niet op borrels uitgenodigd en dat is waarschijnlijk maar goed ook.

Nu lig ik lekker in de kloostertuin en kijk naar de vogels en de langzaam voorbij trekkende wolken. Nu ik zo terugdenk: we moesten toch maar weer eens gaan eten met zijn allen.
 
< Vorige   Volgende >

Inloggen